Categorie: 20ste Eeuw

Stereo Dancing Corso

Nogal wat Leuvenaars herinneren zich de goeie gouden dagen van Stereo Dancing Corso. Op zondag namiddag tussen vier uur en middernacht. Elke week een ander orkest van topkwaliteit. De Pebbles, Jess & James, The Rockets, André Van Duin. Wie nog niet allemaal. Vandaag kwam hier Charles Welis, de initiatiefnemer van Stereo Dancing Corso over de vloer. Wat een charme, wat een geheugen. Vanaf eind jaren ’50 tot begin jaren ’70 deed hij het allemaal zelf, samen met zijn vrouw. Naast zijn job bij de Stella. Leuven mag van geluk spreken dat Eugène Terclaver en hij elkaar vonden in dit voor die tijd vernieuwende concept. Tot de ruige jaren ’70 eraan kwamen en het allemaal een beetje te veel werd.


Wie herkent de jonge Mike Verdrengh, gitarist bij de Leuvense Ypsilons?


Aan de voorgevel prijkte deze neonreclame.

Archief Corso Theater naar Stadsarchief Leuven

Het Corso project levert inmiddels tientallen getuigenissen en verhalen op. Eén van de uitdagingen blijft echter het samenstellen van een complete tijdslijn. Verleden week ben ik daar alweer een stukje dichterbij gekomen. Daniël De Laet (van Radio Sinjaal o.a.) contacteerde me een aantal weken geleden over zijn periode als uitbater van Corso Theater.

De episode was mij tot nu toe onbekend, maar na de sluiting als dans- en concertzaal was het een tijdje stil in de Corso. In 1999 begon Daniël dan opnieuw, maar ditmaal als theater. Hij had immers goede ervaringen met volkstheater in enkele zaaltjes in de ruimtes achter de studio’s van Radio Sinjaal gevestigd in de voormalige Hungaria. Gedurende een jaar of vier draaide het Corso Theater op volle toeren met stukken als “Wie Slaapt Er Op de Bank”, “Die van Ons Heet Alfons”, “Mr. André in Soirée”, enz. Tal van Leuvense acteurs maakten er hun debuut en tourden met deze bezetting door Vlaanderen.

Daniël draagt nu zijn hele collectie affiches en administratie van het Corso Theater over aan Stadsarchief Leuven. Na erfgoeddag zal ondergetekende helpen om de inventaris van deze collectie rond te krijgen zodat het materiaal beschikbaar is voor toekomstige theaterwetenschappers. Uit eigen ervaring kan ik bevestigen dat een dergelijk compleet archief van een commerciële uitbater van een zaal als de Corso een grote zeldzaamheid is om aan te treffen in een goed beheerd Stadsarchief. Ik kan dit initiatief dus alleen maar toejuichen.

Letkis in de Corso

Gisteren op gesprek geweest bij de familie Terclaevers en natuurlijk thuisgekomen met een karrenvracht aan verhalen over de Corso. Om er slechts één te noemen: de dikke zuil in de inkom van de huidige kringwinkel is er gekomen omwille van de Letkis. Wie kent er nog de Letkis? Een dansje met telkens drie “hopjes” vooruit. Als je dat met een paar dozijn studenten tegelijk doet begeeft zelfs het sterkste balcon het na een tijdje.

Maar wat was nou die Letkis? Het blijkt dus een traditioneel Fins dansje te zijn, dat in een nieuw jasje gestoken rond 1963 Europa en de hele wereld veroverde. Het ging zelfs niet eens via een populaire film, maar gewoon omwille van de leuke “bunny hop” die iedereen blijkbaar geweldig vond.

Als u het zelf nog eens wil proberen, hierbij een duitse instructievideo. Het ziet er alllemaal heel Boombal-achtig uit.

Lindy hop in de Corso

Recent vernam ik dat dansen de Corso pas na de jaren ’60 pas echt een danszaal werd. Dat kan kloppen, alleen was er op de plek waar de Corso zich nu bevindt natuurlijk al veel langer een zaal waar vooral werd gedanst. Al vanaf 1902 om precies te zijn. Die oorspronkelijke versie werd in de brand van Leuven wellicht vernietigd, maar er verrees al gauw een nieuwe. Ook die geraakte niet onbeschadigd door de volgende wereldbrand om zich vervolgens als de Corso in ons collectief geheugen te nestelen. Het is zo één van die zaken die ik met dit project wil uitspitten: hoe zat het nu met die verschillende versies van de Scala, de Corso, enz.? Ik hoop dat ik ooit tot een soort heldere tijdslijn kan komen.

Dat brengt me meteen ook bij de titel van dit artikel. Want welke dansstijl past het beste bij deze zaal? Ik stel die vraag omdat ik op erfgoeddag toch graag opnieuw zou zien dansen in de zaal. Wie moet ik daar dan voor vragen? Want er is tegenwoordig voor elk wat wils op dat vlak: van tango tot buikdansen en alles daar tussenin. En stijl is alles als het om dansen gaat, dat weet ieder kind.

Wie deze blog een beetje kent, weet dat ik zelf een volksdansverleden heb met het Boombal. Bal Folk dansen zijn van oorsprong, ten minste voor een deel, gebaseerd op de versies van ballroom dansen van voor WO I, dus voor de eerste fase zat het zeker snor. Maar als ik kijk naar de rest van het verhaal, klopt dat natuurlijk veel minder. Een DJ met vinyl is dan eerder op zijn plaats. Grote dansjes, kleine dansjes, laat maar lekker draaien.

Tenslotte is de zaal vandaag natuurlijk ook een kringwinkel van SPIT en dat is natuurlijk retrochique ten top! Dan is de vraag: welke dansstijl associeert zich het meeste met retrochique vandaag? Wel dan is het antwoord heel simpel: lindy hop. Nu wil het toeval (hoewel dat niet bestaat) dat we in Leuven over een heel levendige lindy hop scène beschikken. Wekelijks gaan er danslessen door van Apollo Swing in De Appeltuin op woensdag en donderdag. Wie na de les nog niet is uitgedanst, kan terecht in Café Sport. Daar draaien de mannen van lindy hop in Leuven nog wat plaatjes en kun je ongestoord oefenen. Via Kristof Claes kom je te weten welke dagen (woensdag of donderdag) het door gaat.

Anyway: op erfgoeddag gaan we dus linyhoppen op vinyl. Met DJ Frankenstijn aan de draaitafels en jullie op de dansvloer. Be there!