Categorie: Doctoraat

Toeval? Toeval bestaat niet (bis, tris, enz,)

info:ugent-repo/topo/370-K-00001

Herinnert u het zich nog? Eind verleden jaar publiceerde ik een artikel in het brandnieuwe Tijd-Schrift. Dat leidde onverwachts zelfs tot een radio interview. Het artikel handelde over een Aalsters concertgenootschap ‘Le Concert’ genaamd waarvan een ongelooflijk compleet en boeiend archief bewaard bleef in het Stadsarchief te Aalst. Opnieuw mocht ik na een grondige analyse van de boekhouding vaststellen dat de dansante activiteiten er in het eerste kwart van de 19de eeuw duidelijk populairder en talrijker in aantal waren dan de concertante. Een trend die we overigens al eerder in Sint-Niklaas en Aalst eveneens konden aflezen uit vergelijkbare, uiterst gedetailleerd bronnenmateriaal.

Nu dateert het onderzoek dat ik in Aalst verrichtte al van begin 2011, wat eind 2011 een artikel opleverde. Ondertussen zat ik ook niet stil en bereidde ik vollop nieuw onderzoek uit waaraan ik dit najaar hoop te kunnen beginnen te Parijs. In de aanloop daarvan nam ik tal van interessante bronnen door, in hoofdzaak dagboeken en ooggetuigeverslagen van soldaten, polici en schrijvers, maar ook meer in het algemeen tijdgenoten uit de periode 1800 – 1815. Zij geven vaak verrassende commentaar bij de politieke en militaire gebeurtenissen die in heel Europe een ingrijpende invloed uitoefenden zowel op de geesten als op tal van gewone mensenlevens.

Compagnon de route bij deze intrigerende zoektocht is de Nederlandse Historicus Joost Welten die ik via zijn kundige commentaar bij de heruitgave van Joseph Abeel’s getuigenis leerde kennen. Na een meer persoonlijke gesprek en heel wat heen en weer gecorrespondeer, leerden we elkaars inzichten en bevindingen, bevlogen archiefratten als we zijn, appreciëren en aanvullen. Het merkwaardige toeval wil nu dat hij me een tijdje terug wees op een bijzonder interessante aanvulling van een oogetuigeverslag van niemand minder dan Graaf Henri De Mérode – Westerloo die in zijn Mémoires beschrijft hoe hij in de zomer van 1804 naar een bal gaat te Aalst samen met zijn vriend De Robiano en Mevr. gravin Le Candèle de Ghyseghem, diens zuster die – is het toevallig? – niemand minder dan Beethoven tot inspiratie zou hebben gediend. En om nog wat olie op het vuur te gooien van deze en gene nonsensikale Beethoven discussies: in het jaar dat Ludwig zijn Für Elize zou hebben gecomponeerd – 1810 zou dat zijn geweest – vinden we ook een aankoop van een Beethoven partituur terug in de boekhouding van onze Aalsterse vrienden. Kan het toevalliger?

Maar om terug te keren tot onze jonge snaak: bijzonder toevallig beschrijft hij ook de lastige terugtocht van het centrum van Aalst naar Gijsegem door het toentertijd wellicht zeer donkere platteland rond Aalst:

Als we deze informatie aftoetsen aan het archief, dan moet het haast wel over één van de kermisbals van dat jaar zijn gegaan. Die vonden op 1, 3, 5 en 8 juli 1804. Helaas weten we toevallig niet of het in die periode bewolkt was of net helder weer bij volle maan bvb. Want geloof het of niet: men hield daar rekening mee als bal organisator. Dat weten we zeer toevallig na analyse van enkele Sint-Niklase boekhoudingen. Maar voor de rest weten we toevallig wel nogal wat over die kermisbals. Zo weten we met grote stelligheid dat dansmeester Pasteels uit Brussel er de dans leidde. Het balorkest bestond ten minste uit de muzikanten Roghé, D’Herdt en drie niet nader genoemde Brusselse muzikanten. Roghé en D’Herdt waren wellicht plaatselijk personeel. De drie Brusselaars werden ongeveer het dubbel van de twee anderen betaald, hetgeen wellicht toch duidt op hun groter prestige. We vergeleken recent de namen van enkele van de Brusselse muzikanten in andere rekeningen met de namen van de orkestleden van de Munsschouwburg te Brussel. Er bleken er toch wel een paar bij te zijn die ‘bijklusten’ in Aalst, wat we goed zouden kunnen begrijpen gezien hun hogere gage daar. En mensen handelen meestal nogal rationeel als het om centen gaat. Toeval bestaat dus niet. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Eugène Roy- Bescheiden bijdrage tot de biografie van een nobele onbekende flageolet virtuoos

Roy_Dansen_new3

Eugène Roy (? – 1827) was aan het begin van de 19de eeuw een beroemde flageolet virtuoos die tussen 1800 – 1830 door heel Europa reisde om her en der concerten te geven. Voor zij die meer zouden willen weten over dit bijzondere fluitje – dat hoofdzakelijk voor dansmuziek werd gebezigd – verwijs ik graag naar de website van Les Pantalons, een historisch ensemble dat zich in het repertoire uit die tijd specialiseert.

Nu, rondreizende virtuozen zijn net zoals andere circusartiesten een beetje van alle tijden. W.A. Mozart vulde er zijn kinderjaren mee aan de hand van zijn vader naast tal van andere wonderkinderen in de 18de- en19de eeuw en zelfs tot vandaag de dag. Over Eugène Roy is echter bijzonder weinig geweten. Vandaar deze poging de stukjes van de puzzel wat dichter bij elkaar te leggen. In het enigszin cryptische ‘Les Jurassiens recommendables’ van D. Monnier uit 1828, lezen we op pagina 363 dat hij uit Lons – Le – Saunier afkomstig zou zijn en in de maand augustus 1827 zou zijn overleden te Marseille.

Ondanks die relatieve onbekendheid heden ten dage, kwam ik hem dit jaar toch reeds tweemaal tegen tijdens mijn archief besognes. En tweemaal ging het om duidelijke aanwijzingen dat hij ca 1822 – 1824, in onze gewesten langs kwam. Om te beginnen vond ik begin dit jaar een kwitantie gedateerd 18 maart 1823 in het Stadsarchief van Aalst in het fonds dat ik reeds eerder hier vermeldde, waarin hij de verkoop van Walsen en Quadrilles regelt voor een bedrag van 40 francs. Dat het niet om wat goedkope drukken van zijn deuntjes gaat, kunnen we gemakkelijk afleiden. Volgens alle aankondigingen uit die tijd kostten die nooit meer dan 4 francs en vaak minder. Wellicht ging het dus om handgeschreven scores voor het toentertijd zeer actieve dansorkest van de betreffende vereniging. Zeldzaam materiaal, want volgens het onvolprezen RISM bleef geen enkel handschrift van hem bewaard.

De meest opzienbaren ontdekking deed ik echter afgelopen week in de archiefkelders van het stadsarchief van Turnhout. Daar door de volgende druk druk voor driestemmige flageolet muziek op getiteld (incipit):

Les plaisirs du bel âge
5e cahier
composé D’airs, Walses, Marches, Allemandes et Tyrolienne
Pour trois Flageolets
La deuxième et Troisième Parties Ad-Libitum
par
C. Eugène Roy
Artiste du Grand Théâtre de Lyon
A Paris chez Boieldieu Jeune, Rue de Richelieu N°92, entre les Rues St. Marc et Feydeau
Propriété de l’Editeur
Déposé à la Direction
(onderschrift: A Liege, Chez L. Decortis. Md. de musique, d’Instruments et de Cordes de Naples)

L. Decortis, zo vernemen we, moet volgens de publicatie “Cécilia, ein Zeitschrift für die Musikalische Welt”, uitgegeven in Mainz in 1827, een bekend virtuoze Cellist uit Luik zijn geweest die ook een aantal composities op zijn naam had staan en, zo blijkt, ook een muziekhandel uitbaatte.

Eugène Roy sloot naast zijn verkoop te Aalst eveneens een commercieel contract met een Luiks virtuoos, die zijn drukken verkocht. Waarvan dit exemplaar uiteindelijk in Turnhout terecht kwam. Of Roy ook daadwerkelijk in Turnhout zelf passeerde, is niet bekend. Er verschenen immers geen kranten of annonces in de Kempen van die tijd. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Met dank aan stadsarchieven Aalst en Turnhout voor het beeldgebruik

Le Concert in Aalst

Overlijden_eeman

Le Concert was een actieve concert-en muziek vereniging in Aalst vanaf ca 1790 tot 1914. Het onderzoek naar het verenigings archief uit de periode 1790 – 1830 dat uitzonderlijk bewaard bleef in het stadsarchief van Aalst, leverde al tal van nieuwe inzichten op. Vooral over de muzikanten die de bals verzorgde. Eén van die muzikanten was Dhr. Eeman, waarvan bovenstaande foto het overlijdensbericht toont. Nog geen maand eerder speelde hij nog een bal. Het leven kan een mens soms te rap af zijn. Later dit jaar verschijnt hierover nog een artikel van mijn hand. Fotogebruik met toestemming van het Stadsarchief van Aalst.

Na al die jaren…

Affiche_Stadsklanken_18_Detail

Is het volgende week eindelijk zo ver. Signoôr in China ofte De Chinêsche Pomona, een Nederlandstalig zangspel uit 1761, geschreven en gecomponeerd in Antwerpen, wordt opnieuw uitgevoerd. Wat dit nieuws op deze blog over danscultuur komt te doen? Eenvoudigweg: tijdens de research voor het Museum Vleeshuis ontdekte ik de orgininele partituren van deze opera samen met nog veel ander zeer interessant materiaal in het archief van het Sint-Lucas Instituut (De Academie) in Antwerpen. Sindsdien werkt één doctorandus verder op deze opera’s en nu blijkt dus ook aan het conservatorium van Antwerpen een ploegje muzikanten en hopelijk ook dansers aan de slag te zijn gegaan.

Een andere vondst van die dag, een handschrift met dansmuziek ca 1720 – 1760, kreeg ondertussen een plaats in de opstelling van het Museum Vleeshuis. En laatst meldde Wouter Vandenabeele me dat hij enkele melodieën uit dat handschrift gebruikt in zijn lessen. Volgende week donderdag wordt de opera in het Kasteel van Hingene opgevoerd onder regie van Sigrid ’t Hooft. We kijken er alvast enorm naar uit. Vooral ook naar de dansscènes. Voor zij die er niet bij kunnen zijn: er is zaterdagavond een heus 18de-eeuws bal in het Elzenveld. Volledig gratis.

Allen daarheen!

Meer info: www.stadsklanken18.be