Categorie: Uncategorized

Het verhaal achter de foto

Het komt niet zo vaak voor dat iemand herkend wordt op een foto van 50 jaar geleden. Facebook is een daarin soms behulpzaam, zoals weer eens is gebleken. Enkele dagen nadat ik bovenstaande foto uit het archief van Charles Welis postte, belde Justine Bijloos me enthousiast op. Zij bleek de dame in het witte kleedje op de foto.

De foto werd gemaakt naar aanleiding van een twistwedstrijd die tussen oud en nieuw 1961 – 1962 doorging in De Corso en die zij toen won. Ze won die samen met haar broer (rugnummer 15) die we hier op de foto, helemaal rechts herkennen aan de bar boven in de Corso.

Enkele dagen geleden mocht ik even langskomen om het “echte verhaal” te horen van Mevrouw Byloos. Zij bleek samen met haar broer de onbetwiste twistkampioene van Leuven en omstreken in die jaren. Ze wonnen verschillende wedstrijden, onder meer die van de het Drukkersbal van ’62 zoals deze medaille getuigt.

Broer en zus Byloos leerden thuis dansen van hun moeder die zelf heel getalenteerd was. Ze volgden nooit elders dansles. Hun stijl was apart omdat ze synchroon exact dezelfde bewegingen met armen en benen maakten. Niemand anders deed of kon dat en zo sprongen ze er toch telkens weer uit.

Fotomateriaal: Justine Byloos, Charles Welis

Een oppperbest 2017 gewenst! (en vergeet niet op tijd te dansen)

Het is toeval natuurlijk, maar oudejaar is dit jaar een zaterdag, vandaar dat ik deze bespreking van één van mijn lievelingsfilms “Saterday Night Fever” tot nu heb uitgesteld. Op eerste gezicht lijkt deze disco hit film vooral te draaien om de “moves” en “routines” van John Travolta. De storyline is echter veel grimmiger en bovendien een stukje social geschiedenis om duimen en vingers van af te lekken.

De grap is dat de hele plot gebaseerd is op een fake artikel uit New York Magazine van 7 juni 1976 dat je nog altijd online kunt vinden. Het leest als een trein, maar de hele handel is compleet verzonnen. Het is in feite een fantasie van de auteur en gezien het “rituele” karakter van het dansen en het succes van de film achteraf, ook een beetje “invented tradition”. En dus de film werd een hit. Niet omdat iemand dit soort scènes ooit werkelijk had meegemaakt. Wel omdat het droom van een hele generatie voedde om dit mee te maken. Film is fictie, maar ook een eiland om naartoe te vluchten. Het is letterlijk een projectie. Een projectie van onze eigen verlangens.

Maar er zijn wel degelijk wat interessante raakpunten met de New Yorkse realiteit anno 1976. Het feit dat de stad een etnisch gesegregeerd was, zoals Brussel, Berlijn, Parijs of London vandaag. Want daarover gaat de plot mijn inziens in essentie: niet de stamrituelen, maar de stammentwisten. In deze gesymboliseerd in een etnisch dediferentiëerde disco cultuur. De finale, de wedstrijd wordt gewonnen door een Italiaan die er zijn buik van vol heeft. En diengevolge zijn troffee overhandigt aan wat volgens hem de winnaars zouden moeten zijn, nl. de beste dansers. En als dat “Spics” zijn, die hij even ervoor nog op hun bek sloeg, dan is dat maar zo.

Dat is zelfs niet eens zo romantisch als je zou denken. Het gaat in feite om oog voor het metier van een ander. Bij dans is dat overigens het enige wat telt: kunnen dansen. Misschien is het hoogst romantisch om dat te zeggen, maar er is weinig meer aan. Het is namelijk nogal direct. Natuurlijk telt de culturele en sociale setting, maar binnen die context is er weinig om van weg te lopen. Het is wat het is. No trumping. Ontken het en je komt in politiek stormweer terecht. Jammer dat politici nooit meer dansen vandaag. Het zou snel uit zijn met al die die onzin. Versailles revisited. Geen slecht voornemen voor het komende jaar: minstens één politicus leren dansen.

Een wals uit 1760 ?

almanach_dansant_ou_positions_guillaule

Momenteel ben ik me aan het verdiepen in het onstaan van de wals. Het is bekend dat de wals zo rond 1750 onstaat in de Duitse cultuurgebieden. Ik gebruik die geografisch ongedefinieerde term bewust. Er bestaan op dat moment nl. nog geen echte natiestaten en met de 7 jarige oorlog voor de deur is het begrip grens in dat deel van Europa nogal rekkelijk. Volgens verschillende auteurs is de vroegste vermelding van het woord wals om er een dans mee aan te duiden afkomstig uit een toneelstuk “Der aufs neue begeisterde und belebte Bernadon” van Felix Jozef Kurz gepubliceerd in 1754 in Wenen.

Maar in het algemeen gesproken is de begripsverwarring over de dans tot het einde van de 18de eeuw nogal groot. Men heeft het over Teutsche, Dreher, Sleipfer, Walz, Ländler, Steyrische, etc. De opsplitsing en afbakening van al deze dansrepertoires later in de 19de en 20ste eeuw is niet wat je ziet tussen 1750 en 1800 als het over wals-achtige dansen gaat. Ten minste: je hebt niet veel duidelijke informatie ter beschikking die systematisch één dansnaam koppelt aan één type choreografie.

Wat niet wegneemt dat iedere onderzoeker vooral uitgaat van de veronderstelling dat de wals in de Duitstalige gebieden onstaat en tot volle wasdom komt. Op basis van mijn meer recente bevindingen denk ik dat dit verhaal toch niet zo eenduidig is. Het kan wel zijn dat de wals wellicht eerder in Duitse gebieden onstaat, maar de ontwikkeling neemt al vlug een internationale vlucht. Zo kennen we de eerste min of meer duidelijke beschrijving van een walspas uit een Franse bron uit 1767, nl. “Explication des pas de l’Allemagne, in: Almanach Dansant ou Positions et Attitudes de L’Allemande. Avec un Discours Préliminaire sur l’Origine et l’Utilité de la Danse. Dédié au Beau Sexe. Par Guillaume Maitre de Danse pour l’Année 1769. A Paris” (zoek het rustig zelf op, pg 11)



En de dans was ook zeker al eerder internationaal bekend. De uitstekend geïnformeerde website Regency Dances geeft een mooie staalkaart voor de Britse situatie. De vroegstge vermelding duikt al op in 1762 in Giovanni Gallini’s werk “A Treatise on the Art of Dancing” Deze Gallini was uiteraard geboren in Italië, maar was via Parijs in London terecht gekomen en had een neus voor zaken. Hij gaf bijvoorbeeld als één van de eersten een verzameling nieuwe Cotillions uit in London in 1770 en in zijn werk over de kunst van het dansen vermeldt hij voor zo veel mogelijk Europese naties hun ‘nationale’ dansen.

Dat is niet zo uitzonderlijk als het lijkt. Sinds de opkomst van de pastorale in de 16de eeuw was het een courante praktijk om dansen te kopelen aan topen – regio’s, beroepen, goden en godinnen en andere mythische figuren. De koppeling is hoe dan ook vaak bijzonder vergezocht en heeft zoals steeds met topen weinig met een historische of sociale realiteit te maken. Als bron voor het bestuderen van vroege vormen van ethnische danstypes is ze naar mijn gevoel dan ook volstrekt onbetrouwbaar en onbruikbaar.

De wals of allemande wordt echter in deze twee beschrijvingen duidelijk gekoppeld aan de Duitse cultuurgebieden en dat is blijkbaar waar de dans oorspronkelijk van daan kwam. Toch is het vreemd te noemen dat vrijwel alle vroege uitgaven van walsmuziek daarbuiten verschijnt. De vroegste gedrukte uitgaven van Ländler of Teutsche vinden we pas rond 1790 terug. Maar op datzelfde ogenblik verschijnen ze dus ook al in London. Er is dus minstens sprake van gelijktijdigheid. Maar wat dan te denken van een uitgaven van vier walsmelodieën uit 1760 die helemaal niet verwijzen naar Duitsland of Oostenrijk? Dat is wat in de “The Violin Preceptor or Compleat Tutor: Being an introduction to the art of playing on that instrument, explained by such easy rules a principles as will enable a scholar to obtain an early proficiency : To which is added a select collection of songs, airs, marches etc. also Tartinis Art of bowing” uit 1760 te vinden is

Noch in de inleiding, noch de namen van de walsmelodieën verwijzen in enig opzicht naar Duitsland of Oostenrijk. Bovendien worden ze gepubliceerd in London en dat ongeveer 30 jaar voor we gelijkaardige muziek terugvinden in de Duitse cultuurgebieden. Het wekt op zijn minst de indruk dat de wals al heel vroeg over grote delen van Europa verspreid raakte. De invloed van muzikanten en dansers op de ontwikkeling van zowel dansante als muzikale repertoires uit een heel groot gebied, moet zonder enige twijfel enorm geweest zijn. Of zoals ik al eens eerder opmerkte: zuiverheid is een chemische categorie en laat zich moeilijk met mensen verzoenen!

Dit soort ontdekkingen komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Omwille van de fantastische digitaliseringsarbeid van zo vele erfgoedbibliotheken wereldwijd, kun je vandaag via goed gerichte google zoekopdrachten in een oogwenk zo’n enorm corpus historisch materiaal op tekst doorploegen, dat ontdekkingen zowieso tot de orde van de dag behoren. Daardoor moet de meeste cultuurgeschiedenis haast voortdurend worden herschreven. Zoals in dit geval. Het is dus een kwestie van tijd voor nog veel vroegere vermeldingen van walsen en aanverwanten uit heel Europa zullen opduiken. “Keep up the good work!” mensen! Zonder jullie onverdroten arbeid in de krochten van archieven den bibliotheken zou het hedendaags onderzoek naar dangeschiedenis een pak saaier zijn. Bedankt!